Geplaatst op 16 juni 2016 in Actueel

bron: www.vgn.nl

Woonruimte tijdelijk verhuren is nu nog lastig, maar vanaf 1 juli 2016 zijn er meer mogelijkheden. Volgens mr. Tanja de Groot van VBTM Advocaten is dat gunstig voor zorgaanbieders die met leegstand kampen. In dit artikel legt zij de betekenis uit van de nieuwe Wet Doorstroming Woningmarkt die op 1 juli 2016 in werking treedt.

Deze wet introduceert onder meer de mogelijkheid om een huurovereenkomst af te sluiten voor maximaal twee of vijf jaar. Die vorm van tijdelijke verhuur is een nuttig instrument voor bijvoorbeeld zorgaanbieders om in te zetten bij leegstand.

Maximaal 2 of 5 jaar

Het wordt mogelijk om voor een zelfstandige woonruimte een tijdelijke huurovereenkomst van maximaal twee jaar af te sluiten. Voor onzelfstandige woonruimte kan dat voor maximaal vijf jaar. Op dit moment is het ook mogelijk om een tijdelijke huurovereenkomst af te sluiten, maar dan moet deze wel aan het eind van de termijn worden opgezegd. Daarbij moeten dezelfde opzeggronden in acht worden genomen als bij een reguliere huurovereenkomst voor onbepaalde tijd. Daarom had het tot nu toe voor een verhuurder, die na verloop van tijd weer vrij over een woning wil beschikken, meestal geen zin om een tijdelijke huurovereenkomst te sluiten.

Geen opzeggronden meer

Dat gaat per 1 juli 2016 veranderen. De tijdelijke huurovereenkomst eindigt namelijk door het verstrijken van de overeengekomen periode. De verhuurder hoeft deze dus niet op te zeggen of hiervoor opzeggronden aan te dragen. Het lijkt dus vrij eenvoudig om de woning of kamer, indien dat wenselijk wordt geacht, aan het einde van de overeengekomen periode weer leeg te krijgen.

Wel schriftelijk in kennis stellen

Het is voor de verhuurder echter wel oppassen geblazen. De wet vereist namelijk wel dat de verhuurder de huurder, vóór afloop van de bepaalde tijd, er schriftelijk van in kennis stelt dat de huurovereenkomst gaat eindigen, c.q. niet wordt verlengd. Aan deze kennisgeving zitten termijnen verbonden. De verhuurder moet de huurder niet eerder dan drie maanden en uiterlijk één maand voordat het contract afloopt van de beëindiging in kennis stellen. Doet de verhuurder dit niet (of te laat), dan wordt het contract voor onbepaalde tijd verlengd*. Dit geldt zowel voor zelfstandige als voor onzelfstandige woonruimte. Het is dus belangrijk dat deze termijnen goed in de gaten te houden.

Strengere regels voor corporaties

De wet geldt voor iedere verhuurder. Alleen voor woningcorporaties geldt een belangrijke beperking. Krachtens het nieuwe artikel 48 van de Woningwet mogen toegelaten instellingen voor zelfstandige DAEB woningen (= onder de sociale huurprijsgrens) alleen een tijdelijke huurovereenkomst voor maximaal twee jaar* sluiten met door de minister te bepalen groepen. Gedacht wordt hierbij aan huurders die voor hun werk of studie tijdelijk in een andere plaats of een ander land werken of studeren, huurders die in verband met de renovatie of sloop hun woning tijdelijk moeten verlaten, huurders in de noodopvang, en huurders met wie een tijdelijke huurovereenkomst gecombineerd met woonbegeleiding wordt afgesloten. Voor andere verhuurders geldt deze restrictie niet. Zij kunnen wel met iedere huurder een tijdelijke huurovereenkomst sluiten.

Huurder mag tussentijds opzeggen

De huurder of verhuurder kan in principe een huurovereenkomst voor bepaalde tijd niet tussentijds opzeggen. Tenzij deze mogelijkheid door huurder en verhuurder in het contract is overeengekomen. De nieuwe wet regelt echter dat de huurder wel de mogelijkheid heeft de huurovereenkomst tussentijds op te zeggen. De verhuurder heeft dit niet. Op het laatste moment is een amendement hierover aangenomen. Het parlement vindt dat huurders anders op een onredelijke manier worden gedwongen om het huurcontract uit te dienen en dat belemmert hen bij het tijdig vinden van nieuwe woonruimte.

Kortom: de Wet Doorstroming Huurmarkt biedt de mogelijkheid leegstand in zorgvastgoed het hoofd te bieden. Dat kan door voor zelfstandige woonruimte een tijdelijke huurovereenkomst voor maximaal twee jaar te sluiten. Voor onzelfstandige woonruimte kan dat voor maximaal 5 jaar.