Wat houdt het project in?

Naar aanleiding van een rapport van de VROM-inspectie (2007) en klachten vanuit de samenleving, volgde een inventarisatie met 20 panden in een sterk verwaarloosde toestand. Deze inventarisatie kwam tot stand door meldingen van bewoners en ambtenaren van de gemeente. Uitgangspunt was de slechte bouwtechnische staat (en uitstraling qua welstand) en niet per definitie leegstand. Er volgde een beleidsplan met uitgangspunten (verantwoordelijkheid bij de eigenaars en een stevige aanpak), een beschrijving van de grondslagen van handhavend optreden (bouwbesluit en welstandseisen) en van het handhavingsinstrumentarium. De excessen-regeling van de Welstandsnota werd aangepast. Men startte met dossiervorming en het achterhalen van eigenaren, die werden uitgenodigd voor een gesprek. Na de gesprekken werd de strategie bepaald: bij een coöperatieve eigenaar ondersteuning en meedenken in probleemoplossing. Bij een onwillige eigenaar werd het handhavingstraject gestart. Via een bouwtechnische en welstands-beoordeling volgde een vooraankondiging handhavend optreden en het opleggen van een last onder dwangsom/bestuursdwang.

Conclusies en bouwstenen:

  • Een gemeente kan veel meer en beter gebruik maken van bestaande beleids- en handhavingsinstrumenten (o.a. excessenregeling in de welstandsnota).
  • Een gemeente kan daar (pro)actief mee aan de slag te gaan, met een casemanager die hier genoeg tijd voor krijgt.
  • Een casemanager die betrokken, toegankelijk en vasthoudend is en een gedegen begeleiding biedt.
  • De pandeigenaar = probleemeigenaar, maar voelt zich gesteund door casemanager en dus de gemeente.
  • Het in het vooruitzicht stellen van handhaving is vaak al toereikend.
  • De gemeente zou het einddoel altijd in gedachte moeten houden: verbeteren van de kwaliteit van de leefomgeving. Derhalve cultuurhistorie en waardebepaling meenemen bij selectie en prioritering.

Voor vragen

Steunpunt Monumentenzorg Fryslân

Interesse in dit project?

Neem contact op