Geplaatst op 13 maart 2017

Bron: NRC

Bij creatieve industrie denk je al snel aan grote steden. Maar het borrelt ook in de dorpen, waar ondernemers elkaar óók opzoeken.

In het dorpshart van het Limburgse Meijel is de dynamiek van de grote stad, met haar koffietentjes vol latte drinkende zzp’ers op zoek naar een flexplek, ver weg. In een etalage aan het Raadhuisplein doet teckel Ollie zijn dutje, binnen herinnert een zwierige wenteltrap uit de jaren vijftig nog aan het verleden van het pand als modezaak.

Dit is de werkplek van Ardie van Bommel (32) en Ivo Naus (26). Zij runt ontwerpstudio BOMM, hij zijn eigen evenementenbureau IN. Van Bommel prijst de rust waarin ze hier kan werken. Na haar opleiding aan de Eindhovense Design Academy was ze „klaar” met de studentenhuizen en streek ze neer in haar geboortedorp Meijel – met zo’n 6.000 inwoners een stuk kleiner. Daar gaan de zaken crescendo. Van Bommel: „Opdrachtgevers in de Randstad en het buitenland kijken naar wat je maakt, niet naar waar je zit.” Ondertussen is ze ook volop actief in de streek: voor bedrijven, overheden, maar bijvoorbeeld ook voor tuinbouwtentoonstelling de Floriade.

Naus werkt vooral regionaal. Hij roemt de mix van zelfstandigheid en gezamenlijkheid in het dorp. „Er zitten geen deuren tussen ons. Tussen het werk door praten we veel met elkaar. Als de een op pad gaat, krijgt de ander te horen waarheen, terwijl dat natuurlijk helemaal niet hoeft.”

Daardoor ontstaan vaker collectieve projecten. Zo brainstormden ze eens over meubels voor een festival, en ontwikkelden vanuit dat gesprek een maïsdoolhof voor conservenfabrikant Bonduelle.

Van Bommel komt nog geregeld in Eindhoven. Daar bruist het van het ondernemerschap, met name in het stadsdeel Strijp-S, een voormalig fabrieksterrein. „Als ik daar kom, kan ik echt genieten van de sfeer”, bekent ze. Maar: „Meijel biedt andere dingen.” De grote ruimte die ze hier samen met haar vriend kocht, zou in de stad onbetaalbaar zijn. „En je voelt je niet de zoveelste in de rij.” Ondertussen zorgt ze dat ze vaak genoeg in Eindhoven te vinden is en naar de meubelbeurs in Milaan gaat.

Een ‘gongmomentje’

In het centrum van het naburige Panningen (7.500 inwoners) hebben negen jonge ondernemers een zolderetage betrokken. Ze hebben allemaal hun eigen bedrijfjes, maar omdat ze elkaar aanvullen werken en factureren ze soms ook onder één paraplu: ondernemerscollectief Zaal 21. Voor dat collectief betaalt ieder 150 euro per maand. In dat bedrag zijn de huur van het pand, de energiekosten en kopjes koffie verwerkt. Grafisch ontwerper Dennis Vredeveldt (41) zegt dat er bewust naar een mix van disciplines is gezocht. „En toevallig komen we allemaal ook nog uit een andere plaats, waardoor iedereen zijn eigen contacten meeneemt.”

Sander Selen (41), maker van videoproducties, prijst de korte lijntjes in het dorp. „Mensen lopen gemakkelijk binnen en spreken je sneller aan. We worden als Zaal 21 steeds vaker ingehuurd als dwarse, creatieve denktank – voor de herinrichting van het centrum tot de vormgeving van een grote beurs hier in de regio.”

Vredeveldt: „En denk niet dat in deze buurt alleen maar midden- en kleinbedrijven actief zijn. Ook hier zitten ondernemingen met contacten over de hele wereld.”

Volgens Roger Gielen (28), actief in de marketing en conceptontwikkeling, is het bovendien fijn om met ondernemers te werken die allemaal in verschillende fases van hun carrière zitten. „In je derde jaar als ondernemer verandert er veel. Dan is het fijn om met iemand te kunnen sparren die dat al heeft meegemaakt.”

Alle ondernemers van Zaal 21 werken in één grote, open ruimte. De leunstoelen bij het keukentje vormen een ontmoetingsplek, waar tijdens lunches en vrijdagmiddagborrels ideeën worden geboren. Ook hangt er een gong. Vredeveldt: „Wie een opdracht voor zichzelf of voor Zaal 21 heeft binnengehaald, mag erop slaan. Een ‘gongmomentje’, noemen we dat.”